Pijptabak! Dat was het eerste dat ik rook als ik vroeger thuis kwam en opa en oma waren op bezoek. Later mocht opa van de dokter niet meer roken en was die lucht verdwenen. Bij Oma rook ik altijd Nivea als ik haar op haar rimpelige wang kuste.
Zoals gezegd namen zij altijd paling mee als ze in de jaren ’70 bij ons op bezoek kwamen. Ik vond dat als kind een groot feest. Ik wist al dat opa en oma bij ons thuis waren als ik de voordeur opende. In onze gang hing dan de heerlijke lucht van verse pijptabak.
Pijptabak. Nivea. Paling. Drie geuren vormen samen één herinnering. Niet naast elkaar, maar onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Geur is de primaire herinneringsdrager in deze vondst. Pijptabak, Nivea en gerookte paling zijn niet drie losse geuren — samen zijn zij de belichaming van opa en oma. Sommige mensen bewaren wij niet als beeld maar als lichamelijke afdruk, lang nadat zij zijn verdwenen.
Oppervlaktelaag:
Een opa met pijp, een oma met Nivea op haar huid en een bezoek waarbij gerookte paling wordt meegebracht.
Geurlaag:
De personen worden niet eerst als gezichten herinnerd, maar als afzonderlijke geuren: pijptabak en huidcrème.
Begroetingslaag:
De kus op oma’s wang maakt geur en aanraking één herinnering. De nabijheid van het lichaam is onderdeel van het familiecontact.
Bezoeklaag:
De voordeur gaat open en de geur in de gang verraadt dat opa en oma al aanwezig zijn. Herkenning gaat vooraf aan zien.
Voedsellaag:
Paling vormt de eetbare verbinding tussen Alkmaar, grootouders en het ouderlijk huis. Het bezoek draagt een eigen feestmaal met zich mee.
Voetballaag:
AZ, Kees Kist en de Alkmaarder Hout verbinden de grootouders met plaats, afkomst en de gezamenlijke uitstapjes van vader en zoon.
Verlieslaag:
Wanneer opa op doktersadvies stopt met roken, verdwijnt niet alleen een gewoonte, maar ook een belangrijk herkenningsteken.
Latere nabootsingslaag:
De herinneraar probeert in zijn studententijd zelf een pijp. De geur is aantrekkelijk, maar het roken voelt omslachtig en sociaal enigszins belachelijk.
Dieptelaag:
Onder opa en oma ligt het besef dat vertrouwdheid niet abstract is, maar bestaat uit herhaalde geuren, aanrakingen, gerechten en routes.
Deze vondst maakt duidelijk dat personen in het geheugen geen geïsoleerde biografieën zijn. Zij bestaan als complete omgevingen van geur, eten, taal, plaats en ritueel.
De pijptabak is bijzonder omdat zij aanwezigheid op afstand aankondigt. Nog vóór het kind zijn grootouders ziet, weet het dat zij er zijn. Geur functioneert als een vroeg waarschuwings- en welkomssignaal.
Het doktersadvies introduceert verandering in de familiecultuur. Een gewoonte die bij opa leek te horen, kan om gezondheidsredenen verdwijnen. Het geheugen bewaart daardoor niet alleen aanwezigheid, maar ook de afwezigheid van een geur die er vroeger altijd was.
De onzekerheid over het tabaksmerk toont hoe herinnering werkt. Een afbeelding op een blik kan vertrouwd voelen zonder dat met zekerheid kan worden vastgesteld dat dit werkelijk opa’s merk was.
Gerookte paling; bankje op de staantribune van AZ; Boldoot; Oliespuit; Studio Sport; Kookschrift.
De uitgebreide geuromschrijving in de oorspronkelijke tekst is een poging van de herinneraar om een verdwenen geur opnieuw samen te stellen. De mogelijke merknaam Mac Baren blijft daarom als onzeker spoor vermeld. Het veldrapport behandelt opa en oma als één samengestelde vindplaats, overeenkomstig de bron.





