Op deze site spreken we over historisch onderzoek als grondboringen. We combineren vier disciplines:
- geologie (aardlagen)
- archeologie (artefacten)
- dendrologie (jaarringen)
- cultuurgeschiedenis (betekenis geving)
Het is feitelijk een cultuurhistorisch onderzoeksstation of een boorlocatie aan de rand van het heden.
“De geschiedenis van een samenleving ligt niet alleen in haar monumenten besloten, maar ook in haar indexfossielen.”
Zo’n indexfossiel is een tijdscapsule.
Eerst iets over echte grondboringen
Een geoloog boort meestal met een holle boor.
Daardoor komt er een cilindervormige kern omhoog.
Dat heet een:
boorkern.
Zo’n boorkern wordt horizontaal neergelegd in lange bakken.
Daarin zie je:
- klei
- zand
- veen
- schelpen
- fossielen
- kleurverschillen
Elke centimeter vertelt iets over een vroegere wereld.
Maar de boorkern.
De boorkern is het verhaal.
Historische boorkernen
Stel:
Boorkern 2026-1848
Dan zie je in de doorsnede:
2026
──────────
AI
smartphone
2000
──────────
internet
1980
──────────
videorecorder
1966
──────────
Cheese & Onion
1945
──────────
wederopbouw
1914
──────────
WO1
1848
──────────
Thorbecke
Eén verticale doorsnede.
Eén cilinder.
Dat is veel krachtiger dan een tijdlijn.
De glazen cilinder
Want geschiedenis is nooit de laag zelf.
Geschiedenis is altijd een interpretatie van de laag.
Dus:
- de grond is objectief
- de cilinder is subjectief
Je kijkt altijd door glas.
Dat glas vervormt.
Soms nauwelijks.
Soms sterk.
Dat glas bestaat uit:
- opvoeding
- opleiding
- generatie
- ideologie
- theorie
- herinneringen
Dat is eigenlijk een prachtige Eliasiaanse gedachte. Wij kijken nooit rechtstreeks naar het verleden. Wij kijken er altijd door onszelf naar.
De ertsaders
De aders zijn niet de perspectieven. De aders zijn de krachtenvelden.
Sociale ader
verzuiling
Economische ader
industrialisatie
Politieke ader
oorlog
Technologische ader
elektrificatie
Culturele ader
romantiek
Mentale ader
individualisering
Dat zijn processen die door meerdere lagen heen lopen.
Zoals een goudader door verschillende gesteentelagen loopt.
Wat zijn de vondsten?
Archeologen vinden niet alleen potten.
Je vondsten kunnen zijn:
Artefacten
- zakje chips
- ziekenfondskaart
- radio
Fossielen
- melkboer
- telefooncel
- dienstbode
Documenten
- advertenties
- schoolrapporten
- brieven
Geuren
- boenwas
- sigarenrook
- drukinkt
Smaken
- Tarvo brood
- azijnchips
Mentale afdrukken
- schaamte
- heimwee
- ontzag
Personen
- Drees
- oma
- Elias
Ideeën
- vooruitgang
- beschaving
- zuinigheid
Een idee als fossiel.
Nog een geologische vondst: insluitsels
Soms zit in een gesteentelaag iets dat daar eigenlijk niet hoort.
Een steentje uit een andere tijd.
Geologen noemen dat een insluitsel.
Dat zou een prachtige categorie worden.
Bijvoorbeeld:
- een Romeinse munt in een middeleeuwse akker
- een platenspeler die nog in gebruik is
- een oude familiewaarde in een moderne samenleving
Historische anomalieën.
Titel
“Burkunks Boringen” vind ik goed.
Maar ik zou nog een paar alternatieven bewaren.
Mijn favorieten
Burkunks Boringen
- persoonlijk
- licht speels
Grondmonsters
- origineel
Boorkernen
- wetenschappelijk
- compact
Onder de Oppervlakte
- toegankelijk
De Ondergrond van het Heden
- precies jouw gedachte
Het Kernarchief
- mooi voor een kennisbank
De Wereld in Doorsnede
- visueel sterk
Een persoonlijk natuurhistorisch laboratorium van de Nederlandse cultuur
Voor de site burkunk.com leest de wereld om ons heen als een archief. Niet als een stilstaand decor, maar als een landschap vol afdrukken van vroegere levens. Elk mens, elke straat, elke stad, elk gebouw, elke akker, rivier of spoorlijn draagt sporen van de grote en kleine verschuivingen die ons gevormd hebben.
Logischerwijs zou je dus deze sporen terug kunnen volgen en het verleden in beeld te brengen. Zogezegd je achteruitkijkspiegel instellen en in een zo breed mogelijke hoek terugkijken. Hoe je het ook went of keert: wat er vroeger gebeurd is heeft invloed op het heden. Natuurlijk is deze reconstructie niet een harde wetenschap. Hoeveel sporen en bronnen je ook verzameld hebt: terugkijken doe je altijd vanuit een perspectief. Vertekend door overtuigingen en theorieën worden historisch beelden vervormd. En dan heb je ook nog je eigen tijdgeest en maatschappelijke context die je geest in de greep heeft. Natuurlijk voel ik verontwaardiging en afkeuring bij de militaire acties van generaal Van Heutsz in Atjeh, begaan in een andere tijd dan de mijne. Desondanks staat zijn praalgraf nog steeds op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, twee straten verderop waar ik woon in Amsterdam. Had ik in 1920 geleefd dan had ik een mooi eerbetoon gevonden. Nu schaam ik mij rot dat die granieten kolos in Amsterdamse Schoolstijl daar nog steeds staat te pronken. Weliswaar met een paar tekstborden over de oorlogsmisdaden begaan door zijn troepen in voormalig Nederlands-Indië. Ik kan door de bril van mijn eigen tijd niet anders naar Van Heutsz kijken dan met afkeuring. Wie weet hoe men in 2126 naar dit graf kijkt?
Aan de andere kant: al die grote en kleine subjectieve verhalen geven aanknopingspunten en inzicht. En stemmen tot bezinning. Dat is genoeg. Ik heb niet de pretentie generieke waarheden over het verleden te formuleren op deze site. Het is meer een poging tot inzichtgevende content. Ter leringh ende vermaeck.
Omdat ik ergens een beginpunt wil zetten laat ik de grote verhalen over onze wordingsgeschiedenis in 1848 beginnen. Met een beetje goede wil zou je kunnen stellen dat dit een kantelpunt is voor ons ‘burgers’. Niet alleen in Europa maar ook in Nederland. Vanaf dat moment pak ik de dikke historische draad op van een proces van industrialisatie, standen die langzaam veranderen in klassen, democratische tendens met parlementen die een regering gaan controleren, een afnemende invloed van de monarchien (te vroeg ?), arbeiders die zich gaan emanciperen – er is ongelooflijk veel aan de hand in de tweede helft van de negentiende eeuw. Maar ik wil de kleine verhalen vertellen die hier weer een onderdeel van zijn. Historici zeggen dan dat in het verhaal van een gewone man de grote lijnen even kruisen. Ook mijn eigen positie in het grote verhaal van 1848 tot nu neem ik mee, als persoonlijk laboratorium. Ik ben niet van adel. Ik ben de zoon van een selfmade man, die zich met enkel een Mulo-diploma en common sense zich heeft weten op te werken tot de bovenkant van de middenklasse in Nederland. De vader van mijn vader was bedrijfsleider van een Simon de Wit – kruidenier in hart en nieren. Mijn vader Lex heeft zich weten op te werken tot manager food regio Utrecht bij het warenhuis V&D. Daarmee trad hij toe tot de gegoede burgerij met een bovenmodaal inkomen. Als zoon van een middenstander zonder hogere opleiding een grote stijging op de sociale ladder. Zijn eigen zoon – Marlin – ging studeren aan de universiteit. De status van acadamische geschoolde betekende ook weer een stijging op de sociale ladder. Qua loopbaan viel het tegen. Geen manager. Geen macht over mensen. Geen bovenmodaal inkomen. Daarmee zitten we in het laatste tijdvak: mijn volwassen leven in het heden. Vandaar uit kijk ik naar achteren: naar de generaties van mijn familie voor mij. Als ik heel diep boor: de opa’s en oma’s van mijn opa’s en oma’s leefden in de periode 1848 toen Minister Thorbecke zijn grondwet presenteerde en de grondslag legde voor ons bestuurlijk stelsel waar sprake was van een beperkt volkssoevereiniteit: althans een parlement dat gekozen werd door de gegoede burgerij controleerde de koning en zijn ministers. Thorbecke zette de eerste stappen richting een parlementaire democratie, verankerd in een grondwet.
Je zou kunnen stellen dat de ouders van mijn opa’s en oma’s sindsdien mijn geestelijke en lichamelijke vorming aan het opbouwen zijn die ik via mijn eigen ouders heb meegekregen in 1966, mijn geboortejaar. Voor wie gelooft in de invloed van nurture en het doorgeven van trauma’s in generaties kun je zeggen dat sommige ervaringen waarschijnlijk hun weg zullen vinden naar voren .
1848 is een revolutiejaar voor veel landen in Europa. In Nederland is onze Koning Willem II ook bang voor opstanden. Daarom geeft hij Thorbecke carte blanche om een grondwet op te stellen waarin onder andere kiesrecht wordt vastgelegd voor de gegoede burgerij. Die term ‘burger’, de negentiende eeuw is de eeuw van een opkomende burgerij, zal dan ook veel vallen. Mijn voorouders waren in die tijd geen burgers met een hooginkomen. Zij zijn dan ook nog niet gerechtigd om te stemmen in 1848. Maar de eerste stap naar een democratisch bestuurssysteem waarbij een parlement de regering gaat controleren is een feit. In 1917 krijgen mijn opa’s stemrecht, in 1919 mijn oma’s. Een tijdvak dat begon met beperkt kiesrecht in 1848 en algemeen kiesrecht in 1919 voor alle burgers van Nederland komt dan ten einde.
Burkunk.com noemt dit, enigszins willekeurig maar met overtuiging, het voorland van het moderne leven: de verdwenen wereld waaruit de generatie van zijn ouders — geboren in de jaren dertig — na de oorlog langzaam omhoog groeide, en waarvan hijzelf, geboren in 1966, uiteindelijk een product werd. Wat er exact werd doorgegeven in die drie generaties die voor de generatie van mijn ouders zat is natuurlijk nooit exact vast te stellen. Maar een paar diepteboringen naar beroepen in de genealogie van de familie Burkunk tonen bijvoorbeeld al aan dat de opa van mijn opa al kruidenier was in Alkmaar en dat mijn vader als eerste ook een managementfunctie in de detailhandel krijgt. Zijn eigen zoon heeft dat beroep niet voortgezet.
Hoe is dat moderne, welvarende bestaan in de jaren ’60 eigenlijk ontstaan? De wereld waarin vrijheid van godsdienst, kiesrecht, sociale stijging en een zekere gelijkheid voor grote delen van de bevolking vanzelfsprekend lijken. Een wereld zonder structurele honger, zonder epidemieën die dorpen ontwrichten, zonder oorlog op eigen bodem. Zulke verworvenheden verschenen niet plotseling aan de horizon; zij groeiden langzaam uit de lange negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw, uit revoluties, hervormingen, emancipatiebewegingen, industrialisatie, verzuiling en oorlogen.
Toen Marlin als jongen in de jaren zeventig vanuit de bungalow met een glazen voorpui van zijn ouders, in een dorp onder de rook van Utrecht, om zich heen keek, leek die moderne wereld vanzelfsprekend aanwezig. Maar zij was jong — nauwelijks ouder dan één generatie. Zijn ouders hadden het Nederland van vóór de oorlog nog gekend: een soberder, hiërarchischer en religieuzer land dat in vele opzichten nog wortelde in de negentiende eeuw met grote tegenstelling tussen arm en rijk. Zij stonden, zonder dat altijd zelf te beseffen, met één been in die oude wereld en met het andere in de naoorlogse toekomst.
Na de sobere wederopbouw van de jaren veertig en vijftig ontstond in de jaren zestig het resultaat van een aantal lange historische bewegingen: de consumptiemaatschappij, de verzorgingsstaat, de vrije markteconomie gecombineerd met een progressief belastingstelsel, massaal onderwijsbezit en een ongekende stijging van de welvaart. Tegelijk begon een proces van secularisatie en emancipatie dat de oude zekerheden aantastte. Jongeren keerden zich eind jaren zestig tegen gezag, zuilen en tradities en riepen op tot vrijheid, individualiteit en een nieuw soort leven.
Waar burkunk.com zich op richt, is het zichtbaar maken van die grote verhalen én het afdalen naar de microgeschiedenissen waarin zij tastbaar worden. De site probeert te begrijpen hoe abstracte ontwikkelingen zich hebben afgezet in concrete plekken, voorwerpen en levens. Ook het eigen leven wordt daarbij gezien als zo’n microverhaal een persoonlijk laboratorium: een klein bestaan dat slechts begrijpelijk wordt als onderdeel van iets groters.
Daarom zoekt deze site in het heden naar aardlagen met ertsaders die verhalen vertegenwoordigen. Een gevelsteen met het woord ‘Burgerziekenhuis’ op de gevel van een hotel. De discrete dienstingang van een grachtenpand in het souterrain, onder de verhoogde begane grond. De schoenschraper onder aan de opgang van herenhuis rond 1900. Een vergeten betonnen schuilkelder uit de Koude Oorlog onder een school. Een knik in een fietspad die ooit de grens van een buitenplaats markeerde. Een schilderij van het Rembrandtplein uit 1902 waarop een stad zichtbaar wordt die tegelijk dichtbij en onherroepelijk verdwenen is.
Voor Marc Bloch droegen de weiden van de Île-de-France de sporen van het feodalisme. Nescio keek naar jongens die tegen een hek leunden en zag daarin het moderne levensgevoel opkomen. Burkunk.com probeert iets vergelijkbaars te doen: het grote verhaal lezen in kleine details, in vergeten gebouwen, stille landschappen en ogenschijnlijk onbeduidende voorwerpen — als resten van een verleden dat nog altijd onder het oppervlak van het heden aanwezig is.
‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europeesche menschheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.’
— Johan Huizinga, 1935

