leegkiepen en overdoen

Elfstedentochtkruis (2012)

De Geheugen Groeve

De mengeling van blijdschap en angst indien je dan eindelijk onder het bruggetje van Bartlehiem door schaatst. Je weet dat je er 160 km hebt opzitten maar dat je nu nog naar Dokkum moet, terwijl de schemering inzet. En dan in het pikdonker terug naar Leeuwarden.

Op zolder ligt een Elfstedentochtkruisje. Niet de officiële versie maar een geschenk dat edelsmid Jeroen Sohier heel kunstig en liefdevol voor mij heeft gemaakt toen ik in 2012 de tocht illegaal had verreden. Het is het bekende jaar dat Erben Wennemars in snikken uitbarstte bij de Wereld Draait Door omdat de tocht die winter net niet doorging. Terwijl alle rayons er goed bij lagen.

Op zaterdag 11 februari 2012 reed ik met mijn schaatsmaatje Fokko Groenenboom de Elfstedentochtroute. Van Leeuwarden naar Leeuwarden, 200 km schaatsplezier, toegejuicht door Friezen die het ook heel jammer vonden dat hij niet door was gegaan. Het was weliswaar niet de echte tocht maar hij kwam qua gevoel wel in de buurt. Het was natuurlijk geen 1997. Het was ook niet 1986 en 1985, helemaal niet 1963. Maar het was wel verdomme 2012.

Bekijk mijn videoverslag van dat historische jaar 2012:

Het verlangen naar natuurijs

Als in de winter de eerste nachtvorst wordt verwacht dan krijg ik altijd een beetje de kriebels. Ik ga op Internet de weersvoorspellingen checken. Verhit laat ik alleen het weermodel dat de meest gewenste cijfers toont (minstens twee weken nachtvorst) tot mij doordringen. Ik maak mezelf graag iets wijs. Daarna haal ik steevast mijn schaatsen van zolder. Liefdevol wrijf ik met een oude poetsdoek het vet van de ijzers. Ik kijk voor het slapen gaan naar de hemel. Jazeker, een heldere sterrennacht. Het gaat vast keihard vriezen.

Ik, boomer van het eerste uur, en kind van een langzaam verdwijnend tijdperk, betrap mezelf op de goedgelovigheid van een kleuter. Ja echt hoor! De wind uit het Oosten brengt een bijtende vrieskou. Onze sloten en plassen veranderen als bij toverslag in een spiegelende ijsvlakte. Het hoeft maar twee weken flink te vriezen, zeg ik tegen mezelf, en dan…

Maar dan komt de realiteit hard binnen. Een pushbericht van NOS.nl. Mijn illusie spat uitéén in duizenden stukjes kristal. De cijfers liegen er niet om. Waar dertig jaar geleden de kans op de Elfstedentocht nog twintig procent was, schat het KNMI die nu op een schamele acht procent. In 2050 is de kans dat de bevroren Friese waterwegen zo’n 25.000 schaatsers kunnen dragen nog maar één procent. 2050! Dan ben ik 84 jaar. In 2100 is de kans op twee weken nachtvorst nagenoeg nul. De klapschaatsen kunnen dan voorgoed in het schaatsmuseum gelegd worden, naast de Friese Doorlopers.

Ik zie Gen Z alweer met de ogen draaien want wat bezielt die witte man van bijna negenvijftig jaar nu weer met zijn praatjes? Elfstedentocht? Doorlopers? Waar heeft die boomer het allemaal over? Luister, lieve Instagramkinderen, ik heb het over een ervaring uit andere tijden. Een beleving die niets van doen heeft met de steriele perfectie van kunstijsbanen, waar men eindeloos in cirkels ronddraait zonder ziel. Nee, ik heb het over schaatsen op echt ijs, krakend natuurijs. Het begint alleen al met het geluid. Mijn leeftijdgenoten weten vast wat ik bedoel. Een helder getik van ijzer op bevroren water. Als de omstandigheden ideaal zijn maakt ijs zomaar geluid. Dat wisten jullie niet, hè? Een klagend hoog gezang dat zich onder water voortplant en zachtjes afsterft. Pjoeng, Pjoeng… Pjoeng… Pjoeng. De kenner hoort aan de toonhoogte hoe dik het ijs is. Want zingend ijs breekt niet.

De meeste schaatsers hebben maar één diep gekoesterde wens: deelnemen aan de Tocht der Tochten in Friesland. Mijn enige echte officieuze tocht der Tochten staat me nog helder voor ogen. Ik heb er bewijs van. Zie de video hierboven. Het was januari 2012. De echte Elfstedentocht was net afgelast, Erben Wennemars had tranen met tuiten gehuild bij Matthijs van Nieuwkerk in de DWDD. Mijn goede vriend Fokko en ik waren vastbesloten. Het was nu of nooit. Vrijdag om zeven uur ’s ochtends stapten we op het ijs. De Zwette leidde ons naar Sneek. Dertien uur later en tien Friese stadjes verder, na een tocht van tweehonderd kilometer op twee ijzers van 1.1 mm breed, kropen we uitgeput maar zielsgelukkig de kade op bij de Oldehove in Leeuwarden. De laatste vijftig kilometer hadden we strompelend afgelegd in het stikdonker, we realiseerden ons geeneens dat we op de beroemde Bonkevaart reden.

Nog nooit had zo’n Grutte Pier me zo goed gesmaakt in het café bij de Oldehove. Na 3 flesjes probeerde ik op te staan om naar de WC te gaan. Ik zat vastgenageld. Mijn arme gezwollen voeten waren veranderd in grote trollenlaarzen. Elke stap gaf honderd messteken per zool. Het sprookje van de Kleine Zeemeermin was er niets bij. Maar tsjonge wat voelde ik mij trots en intens tevreden. De Elfstedentocht geschaatst. Dat pakten ze mij nooit meer af.

Het mooie aan schaatsen is dat we het in Holland al eeuwen doen. Kijk op het schilderij van Hendrick Avercamp uit 1608 dat in het Rijks hangt. Het hele dorp vermaakt zich op het ijs. Wufte notabelen en boerenkinkels. Het perspectief vanaf het water is ook fantastisch. Omdat je plotseling op sloten en plassen rijdt, bezie je de wereld als een dobberende eend. Je komt op plekken waar je nog nooit bent geweest. Toch kun je heel ver kijken. Aan de horizon zie je aan het silhouet welk gezicht een dorp of stad heeft. Zo herkende je vroeger Utrecht van mijlenver al aan de Domtoren en Leeuwarden aan de Oldehove. Omdat je nu in een blik op vier wielen opgesloten zit en laag over een snelweg een stad binnen rijdt, kennen we dat beeld niet meer. Bovendien wordt dit stadsgezicht nu verstoord door hoge kantoorkolossen zonder karakter.

Het is een Nederland dat we dreigen kwijt te raken. Een Nederland waarin steden nog herkenbaar waren aan hun gezicht. Een Nederland waarin je nog kon schaatsen van Ransdorp naar Zuiderwoude en daarna met gemak de Gouwzee kon oversteken naar Marken. Langs knotwilgen en bruine rietkragen die in een goudgele gloed door het weiland meanderen. Boven je hoofd een strak blauwe lucht. Een groep gakkende ganzen doorklieven luidruchtig de hemel. Waar een vriendelijke dorpsbewoner tapijten over de weg legde en erwtensoep verkocht voor een habbekrats – nooit smaakte zo’n bekertje soep beter dan op het natuurijs, ’s ochtends in de zon.

Gen Z mag zich afvragen waar deze oude man zich zo druk om maakt. Maar zij die het hebben meegemaakt, die weten het. Om met Nescio te spreken: zij hebben gezien dat het goed was. Het was meer dan sport, meer dan traditie. Het was een jaarlijks wonder dat ons verbond met het landschap, met elkaar, met een geschiedenis die teruggaat tot de tijd van H. Avercamp. En misschien, heel misschien, als de weergoden ons nog één keer gunstig gezind zijn…

Deze column verscheen eerder op Proudies.

BG-0045 · BRP-002.045 — Boorprofiel & Verslag
Tijdlaag: 2012
2026
2012
Jeugd
Contactafdruk

De mengeling van blijdschap en angst wanneer je eindelijk onder het bruggetje van Bartlehiem door schaatst. Je weet dat je er 160 km hebt opzitten, maar dat je nu nog naar Dokkum moet, terwijl de schemering inzet. En dan in het pikdonker terug naar Leeuwarden.

Op zolder ligt een Elfstedentochtkruisje. Niet de officiële versie, maar een geschenk dat edelsmid Jeroen Sohier voor mij maakte toen ik in 2012 de tocht illegaal had verreden. Van Leeuwarden naar Leeuwarden, 200 km, met schaatsmaatje Fokko Groenenboom. Het was niet 1997. Het was ook niet 1986 en 1985. Maar het was wel verdomme 2012.

Beschrijving van de vondst

Een klein, met zorg vervaardigd kruisje dat op zolder wordt bewaard. Het is niet door de officiële organisatie uitgereikt; de waarde ontstaat uit de maker, de ontvanger en de tocht die het voorwerp vertegenwoordigt. Het kruisje legt de spanning bloot tussen institutionele erkenning en beleefde werkelijkheid.

BG-nummerBG-0045
VondsttypeHerinneringssieraad · sportonderscheiding · persoonlijk monument
VindplaatsZolder; ontstaan na een tocht van Leeuwarden naar Leeuwarden
AardlaagSchaatscultuur, collectief verlangen en persoonlijke volharding
IndexfossielEen onofficiëel kruisje voor een officiëel niet-bestaande tocht.
BoorkernVolharding — doorgaan terwijl het zwaarste achter je lijkt te liggen.
AdersSchaatscultuur · Sport · Volharding · Vriendschap · Regionale identiteit · Nationaal geheugen · Ritueel · Ambacht · Duisternis · Lichamelijkheid
Sensorische stratigrafie
Tactiel — 5/5
  • kou in het gezicht; stugge ijsvloer; het gewicht in de benen; het metalen kruisje in de hand
Visueel — 5/5
  • het bruggetje van Bartlehiem; invallende schemering; pikdonker ijs richting Leeuwarden; mensen langs de kant
Auditief — 4/5
  • het schuren van ijzers over ijs; aanmoedigingen langs de route; wind; eigen ademhaling
Proprioceptief — 5/5
  • 200 km in het lichaam; de slag die automatisch wordt; uitputting die niet meer als pijn voelt
Olfactorisch — 2/5
  • koude winterlucht; natte wanten; koffie onderweg
Manier van leren
Lichamelijk Ritueel Sociaal Retrospectief
Indexfossiel

Ja. Het kruisje is een indexfossiel van de uitzonderlijke positie van de Elfstedentocht in de Nederlandse en Friese cultuur. Zelfs wanneer de officiële wedstrijd niet doorgaat, worden route, ritueel en herinnering opnieuw uitgevoerd.

Stratigrafie

Oppervlaktelaag — Een klein, met zorg vervaardigd kruisje dat op zolder wordt bewaard.

Objectlaag — Het kruis is niet door de officiële organisatie uitgereikt. De waarde ontstaat uit de maker, de ontvanger en de tocht die het voorwerp vertegenwoordigt.

Trajectlaag — De route vormt een gesloten kring van Leeuwarden naar Leeuwarden. De tweehonderd kilometer moeten volledig op eigen kracht worden afgelegd.

Bartlehiemlaag — Het bruggetje kondigt zowel voltooiing als nieuw gevaar aan. De grootste afstand is afgelegd, maar Dokkum en de donkere terugweg wachten nog.

Collectieve laag — Ook zonder officiële tocht staan er mensen langs het ijs. De rit wordt gedragen door een gemeenschap die het gemiste evenement alsnog gedeeltelijk tot leven brengt.

Historische laag — De tocht van 2012 wordt in de herinnering naast 1997, 1986, 1985 en 1963 geplaatst. Zij is niet gelijk aan die officiële of legendarische edities, maar krijgt een eigen plaats in de persoonlijke chronologie.

Geschenklaag — Het door een edelsmid gemaakte kruisje verandert lichamelijke inspanning in een duurzaam object. Vriendschap en erkenning worden in metaal vastgelegd.

Dieptelaag — Onder het kruis ligt het verlangen dat een uiterste inspanning wordt gezien en dat een onofficiële prestatie toch een tastbaar teken krijgt.

Cultuurhistorische vergroting

Het bijzondere van het kruisje is juist dat het niet officiëel is. Een formele onderscheiding ontleent haar betekenis aan een organisatie; dit voorwerp ontleent haar betekenis aan persoonlijke erkenning en vriendschap.

De tocht van 2012 bevindt zich tussen werkelijkheid en nabootsing. De route en afstand zijn echt, net als vermoeidheid, kou en duisternis. Alleen het institutionele kader ontbreekt. Toch ontstaat langs het ijs een tijdelijke gemeenschap van schaatsers en toeschouwers.

Bartlehiem wordt in de vondst een psychologisch keerpunt. Het lichaam heeft een enorme afstand afgelegd, maar de geest weet dat de route eerst van de finish weg naar Dokkum voert. Het kruisje bewaart daardoor niet alleen de voltooiing, maar ook het angstige moment waarop voltooiing nog onzeker was.

Historische verschuiving

De Elfstedentocht verschuift van een gebeurtenis die je kunt meemaken naar een gebeurtenis waarop je wacht. Sinds 1997 is het collectieve verlangen groter geworden dan de kans op uitvoering. Daarmee verschuift het zwaartepunt van de sport naar de mythe: de tocht bestaat vooral als verwachting, herinnering en televisiemoment. De illegale rit van 2012 is een reactie op die verschuiving — wie niet kan wachten, rijdt hem zelf.

Epistemische stratigrafie

Als kind: de Elfstedentocht is iets uit de televisie en uit verhalen van vroeger. Als schaatser: een route die technisch en fysiek af te leggen is. Tijdens de rit: een lichamelijke werkelijkheid van kou, afstand en duisternis. Achteraf: een gebeurtenis die alleen door het kruisje bewijsbaar wordt. De officiële bevestiging ontbreekt, en juist die afwezigheid maakt zichtbaar hoeveel van onze zekerheid over ervaring afhangt van erkenning door anderen.

Semantische stratigrafie
BegripToenNu
ElfstedenkruisjeOfficiële onderscheiding voor wie de tocht uitreed.Teken van persoonlijke erkenning, gemaakt door een vriend.
IllegaalBuiten de regels; iets stiekems.Buiten het instituut, maar volledig binnen de werkelijkheid van route en afstand.
BartlehiemEen naam uit televisieverslagen.Het lichamelijke keerpunt tussen bijna-klaar en nog-lang-niet.
Morele stratigrafie

De vondst stelt de vraag wie mag bepalen of een prestatie telt. Het kruisje claimt geen officiële status en doet zich niet voor als iets anders dan het is. De eerlijkheid van de vondst zit in de erkenning dat 2012 niet 1997 was — en in de weigering die tocht daarom als waardeloos te beschouwen.

Verwante vondsten
BG-0003 — Het bankje op de staantribune van AZ (erbij horen) BG-0013 — Johan (nationale sportmythe) BG-0051 — Studio Sport (sport als collectief ritueel) Friese doorlopers (materiële schaatscultuur) PIOschop (volharding en ambacht)
Burkunk-notitie

De bron noemt de rit zelf illegaal verreden. In dit rapport is dat opgevat als gereden buiten de officiële Elfstedentocht, niet als een juridische kwalificatie. De maker, mederijder, datum, afstand en route zijn uitsluitend uit de oorspronkelijke contactafdruk overgenomen. Deze vondst maakt onderscheid tussen officiële en existentiële authenticiteit: een vriend, een edelsmid en een werkelijk verreden route kunnen samen een eigen geschiedenis bekrachtigen.

Marlin Burkunk

Most popular

Most discussed