De Geheugen Groeve
De blijdschap dat er maar een paar druppeltjes olie nodig waren om de boel weer soepel te laten draaien. Maar Jezus, wat kon de olie uit deze spuit stinken. Sinds 1968 niet meer ververst.
Je hebt smeerolie en je hebt smeervet. In de garage bij ons thuis stonden deze spullen op een plank boven de werkbank. Als kind was ik gefascineerd door de oliespuit. Vet zat in een blikje maar olie in een spuit. Wat een mooi apparaat. En in de iconografie van de 21ste eeuw nog steeds het icoon van ‘onderhoud’ of ‘machinekamer’, terwijl niemand meer weet wat een oliespuit is en waarvoor hij dient. Maar goed. Dit is natuurlijk met het symbool van een floppy-disc voor het werkwoord ‘op je harde schijf bewaren’ ook zo…
De blijdschap dat er maar een paar druppeltjes olie nodig waren om de boel weer soepel te laten draaien. Maar Jezus, wat kon de olie uit deze spuit stinken. Sinds 1968 niet meer ververst.
Je hebt smeerolie en je hebt smeervet. In de garage bij ons thuis stonden deze spullen op een plank boven de werkbank. Als kind was ik gefascineerd door de oliespuit. En in de iconografie van de 21ste eeuw nog steeds het icoon van ‘onderhoud’ of ‘machinekamer’, terwijl niemand meer weet wat een oliespuit is. Zoals het symbool van een floppy-disc voor het werkwoord ‘op je harde schijf bewaren’…
De oliespuit belichaamt onderhoud in zijn eenvoudigste vorm: een kleine ingreep verlengt het leven van een mechanisme.
Deze vondst verbindt materieel onderhoud met digitaal geheugen. Een verdwenen handeling blijft voortbestaan als beeldtaal. Een paar stinkende druppels konden de wereld weer soepel laten draaien.
Oppervlaktelaag — Een metalen reservoir met een smalle tuit waarmee olie nauwkeurig op een bewegend onderdeel kan worden aangebracht.
Handelingslaag — Er zijn slechts enkele druppels nodig. De gebruiker zoekt het draaipunt en doseert voorzichtig.
Werkplaatslaag — De oliespuit staat samen met smeervet op een vaste plank boven de werkbank.
Geurlaag — De oude olie heeft een penetrante geur. Het voorwerp wordt onmiddellijk via de neus herkend.
Onderhoudslaag — Een stroef of piepend mechaniek wordt niet meteen afgedankt.
Beeldtaallaag — De vorm van de oliespuit blijft in pictogrammen bestaan, terwijl het gereedschap zijn algemene bekendheid verliest.
Dieptelaag — De overtuiging dat aandacht op het juiste punt voldoende kan zijn om iets vastgelopen weer in beweging te brengen.
De oliespuit is een bescheiden gereedschap. Hij maakt niets nieuws en verricht geen spectaculaire reparatie. Zijn functie is voorkomen dat wrijving een machine beschadigt.
Daarin vertegenwoordigt het voorwerp een bredere houding tegenover bezit. Apparaten vragen onderhoud; de eigenaar moet luisteren naar piepen en op tijd ingrijpen.
Het voortleven als icoon geeft de vondst een tweede bestaan. Mensen kunnen een symbool begrijpen zonder het afgebeelde object ooit te hebben gebruikt. De oliespuit wordt daarmee een werkelijk indexfossiel.
Bankschroef; Jawa-motor; Tipp-Ex; gevechtsvliegtuig als bouwpakket; Britse spoorweglamp; PIOschop.




