De held van mijn jeugd blijft Biggles. De pockets van W.E Johns over de Britse oorlogsvlieger/ spion / detective verslond ik. Een wereld van stoere mannen in pilotenjacks met een bontkraag. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waagden zij hun leven voor het vaderland door in hun ‘kist’ te stappen, ‘tegen het stuurroer te schoppen’ en ‘s nachts het kanaal over te vliegen om de Moffen keihard mores te leren.
Het is natuurlijk in dit tijdsgewricht levensgevaarlijk om lyrisch te schrijven over jongensboeken die in de jaren ’30 door een typisch Britse, conservatieve schrijver zijn opgetekend. Volgens de achterflap had W.E. Johns zelf bij de RAF gevlogen als piloot (je zag een zwart-wit foto van een sympathieke Brit) en dat vond ik fantastisch; het maakte de verhalen per definitie geloofwaardig.
De wereld in de pockets was heerlijk zwart-wit. Als kind voelde ik mij daar enorm thuis. Daar schaam ik mij niet voor. In de pockets van Biggles waren de geallieerden goed, de Moffen fout. Kantoorbediendes waren bang en mietjes , gevechtspiloten waren heldhaftig en voor geen kleintje te vangen. India was gewoon van Engeland en in Bombay liepen inlanders door de straten. Zij zeiden tegen Biggles ‘Sahib’ en droegen zijn bagage op het perron.
De held van mijn jeugd blijft Biggles. De pockets van W.E Johns over de Britse oorlogsvlieger verslond ik. Een wereld van stoere mannen in pilotenjacks met een bontkraag. De wereld in de pockets was heerlijk zwart-wit. Als kind voelde ik mij daar enorm thuis. Geallieerden goed, de Moffen fout.
Het is in dit tijdsgewricht levensgevaarlijk om lyrisch te schrijven over jongensboeken die in de jaren ’30 door een typisch Britse, conservatieve schrijver zijn opgetekend. India was gewoon van Engeland en in Bombay liepen inlanders die tegen Biggles ‘Sahib’ zeiden.
Biggles biedt een wereld zonder morele mist. Juist die overzichtelijkheid maakt de boeken aantrekkelijk voor een kind en problematisch voor de volwassene die het koloniale en mannelijke wereldbeeld herkent.
De Biggles-pocket vraagt niet om uitwissen maar om dubbele belichting: het kinderlijke genot én de ideologische bagage moeten zichtbaar blijven. Het boek bewaart zowel de veilige helderheid van het kind als het ongemak van de latere lezer.
Oppervlaktelaag — Een handzame pocket met een avontuurlijke omslag, in korte tijd uit te lezen.
Leeslaag — De boeken worden verslonden. De lezer verdwijnt in een wereld van vliegvelden, missies, vijanden en loyale kameraden.
Heldenlaag — Biggles belichaamt moed, vaardigheid en onafhankelijkheid. De piloot is de ideale man die handelt wanneer handelen noodzakelijk is.
Oorlogslaag — De Tweede Wereldoorlog verschijnt als een duidelijk conflict tussen goed en kwaad.
Koloniale laag — Het Britse wereldrijk wordt als vanzelfsprekende achtergrond gepresenteerd. Wat voor de jeugdige lezer decor was, wordt bij herlezing historische beeldvorming.
Dieptelaag — Een kinderlijk verlangen naar een wereld waarin helder is wie goed is en wat je moet doen.
De Biggles-pocket verenigt twee sterke twintigste-eeuwse verlangens: de fascinatie voor moderne techniek en de behoefte aan morele duidelijkheid. Het vliegtuig is een ingewikkelde machine, maar de opdracht van de piloot is eenvoudig.
De verhalen vormden ook een beeld van mannelijkheid. Moed betekende niet twijfelen, emoties nauwelijks tonen en kameraadschappelijk optreden.
Bij een hedendaagse herlezing worden de koloniale vanzelfsprekendheden zichtbaar. Die constatering wist de oorspronkelijke leeservaring niet uit.
Kuifje in Afrika; gevechtsvliegtuig als bouwpakket; Thunderbirds; Karlsson van het dak; Afghaanse jas.




