Sommige herinneringen beginnen niet met een foto of een stem, maar met rook.
Aan de waterkant van de Loosdrechtse Plassen snijden een paar jongens met een zakmes de bruine sigaar van een lisdodde af. De pluim wordt aangestoken. De rook wordt diep ingeademd. Het is verboden, spannend en volkomen onschuldig tegelijk. Er wordt nauwelijks vis gevangen. De tijd hoeft nergens heen.
Vijftig jaar later blijkt juist die geur de kortste weg terug naar die zomers te zijn.
Niet de rietsigaar zelf is de vondst. Maar het verlangen dat erin is blijven smeulen.
Rook van verschroeid riet. Slootwater. Warme zomerlucht. Een brandende lisdodde aan de oever van de Loosdrechtse Plassen. De geur die vijftig jaar later nog de kortste weg terug is.
Op het eerste gezicht lijkt dit een herinnering aan een kinderspel. Maar de werkelijke vondst ontstaat pas veel later — wanneer je zonder bewuste reden lisdodden op je balkon plant, wanneer één uitgebloeide sigaar in een vaas terechtkomt, wanneer je ontdekt dat Rumi’s beroemdste gedicht begint met afgesneden riet. Dan blijkt dat de lisdodde jarenlang een onbewuste drager van verlangen is geweest. Het object bewaart iets wat het bewustzijn nog niet kende.
Deze vondst laat zien dat landschappen niet alleen geografisch verdwijnen — ze verdwijnen ook uit het dagelijks geheugen. De lisdodde was ooit een alledaagse plant langs Nederlandse sloten. Kinderen maakten er zwaarden, fakkels, sigaren en speelgoed van. Tegenwoordig verschijnt dezelfde plant eerder in ecologische herstelprojecten of als decoratieve vijverplant. Daardoor verschuift ook haar betekenis: van gebruiksvoorwerp naar herinneringsdrager.
- droge rook; verschroeid riet; slootwater; warme zomerlucht
- wuivend riet; bruine lisdodden; stilstaand water; jongens aan de slootkant; een snoek tussen het riet
- wind door het riet; kikkers; zacht kabbelend water; stemmen van vriendjes
- het zakmes; de zachte pluim; warme zomerlucht; modderige oever
- niet de smaak maar de rook is bepalend
De smeulende rietsigaar is een uitzonderlijk sterk sensorisch indexfossiel. Hij vertegenwoordigt: Nederlandse slotencultuur; vrije kinderzomers; improvisatiespel zonder speelgoed; de vanzelfsprekende nabijheid van natuur.
Oppervlaktelaag — Kinderen roken een rietsigaar. Uit verveling.
Tweede laag — Een zomerse sloot. Brooddeeg. Voorns. Een snoek tussen het riet. Een landschap dat inmiddels grotendeels verdwenen is.
Derde laag — De geur blijkt sterker dan het verhaal. Niet het vissen wordt herinnerd, maar de rook.
Vierde laag — De lisdodde verschijnt opnieuw in het volwassen leven. Niet als speelgoed, maar als plant, als symbool.
Diepste laag — De vondst gaat uiteindelijk niet over jeugd, maar over het besef dat sommige delen van jezelf nooit meer terugkeren. En toch hoorbaar blijven.
Als kind is de lisdodde speelgoed. Als volwassene wordt zij natuur. Nog later wordt zij een symbool van verlies. Door Rumi krijgt zij uiteindelijk zelfs een spirituele dimensie. Niet de plant verandert — de lezer verandert.
Als kind: een rietsigaar. Als volwassene: een geuranker. Later: een onbewust symbool. Na kennismaking met Rumi: een beeld voor afgescheidenheid en verlangen. Nieuwe kennis vervangt de oorspronkelijke ervaring niet — zij verdiept haar.
| Begrip | Toen | Nu |
|---|---|---|
| Rietsigaar | Verboden speelgoed aan de slootkant. | Proustiaanse sleutel tot een verdwenen landschap en levensfase. |
| Lisdodde | Gewone plant langs het water. | Onbewust symbool van verlangen, later verbonden met Rumi’s rietfluit. |
| Heimwee | Nog niet aanwezig — de tijd hoefde nergens heen. | Verlangen naar de toestand waarin tijd nog geen probleem was. |
De vondst vraagt geen moreel oordeel. Het kind steekt iets in brand en weet niet dat dit een herinnering wordt. De volwassene die terugkijkt begrijpt dat de betekenis van een ervaring pas later groeit — en dat dit iets kostbaars is, geen tekort.
Deze vondst introduceert een belangrijk methodologisch onderscheid. Niet iedere herinnering krijgt achteraf een symbolische betekenis. Soms blijkt een object jarenlang een onbewuste voorbode te zijn van een vraag die pas veel later gesteld wordt. De lisdodde is daarvan een zeldzaam voorbeeld — niet omdat Rumi de herinnering verklaart, maar omdat zijn beeldtaal er onverwacht mee resoneert. De kracht van de vondst zit juist in die resonantie: de jeugdherinnering blijft op zichzelf staan, terwijl een latere culturele ontmoeting er een nieuwe laag aan toevoegt zonder de oorspronkelijke ervaring te overschrijven.
53c. Waarom verdient deze vondst een plaats in de Geheugengroeve?
Omdat zij laat zien dat een jeugdherinnering soms pas na een halve eeuw haar diepste betekenis prijsgeeft. Een smeulende rietsigaar aan de slootkant blijkt niet alleen een spelletje uit de jaren zeventig, maar een blijvend spoor van verlangen. De geur bewaart een verdwenen landschap, een verdwenen levensfase én het vermogen van herinneringen om zich later opnieuw te openen.





Add comment