Bekijk de Geheugen Groeve op mijn zolder
Thuis, diep in onze achterkast, lagen legergroene blikken. Zij hadden mysterieuze opschriften als GEVECHTSRANTSOEN en HUTSPOT MET KLAPSTUK. Pas toen ik zelf onder de wapens werd geroepen begreep ik wat klapstuk was. Niet bepaald een explosief mengsel.
Het was ergens in de jaren ’70. Ik moest er aan denken toen ik het noodpakket aan het samenstellen was in het geval er dreiging aan de grenzen komt. Het militaire rantsoenblik van mijn vader. In de altijd koude achterkast aan het einde van de gang, bewaarden mijn ouders niet alleen de flessen frisdrank, de blikken met appelmoes en de potten piccalilly maar ook allemaal andere voorraad.
Diep achterin lagen grote legergroene blikken met zwarte opschriften. Mysterieuze codes en militaire termen. Ze waren in ieder geval spannend. Omdat er ook blikjes tussen lagen met brandbare pasta (ik gebruikte dit als brandstof voor mijn stoommachine) vond ik één blik heel verdacht. Het droeg de term ‘Hutspot met klapstuk’. Mijn kindergeest maakte van dat woord klapstuk iets heel anders dan een stuk goor vlees. Ik was ervan overtuigd dat het hier explosieven betrof die in je in een hutspot moest gebruiken. Dat had ik gezien in M.A.S.H., de TV-serie over een militair veldhospitaal in de Vietnamoorlog waar ik gek op was. Soms nam ik deze springstof voorzichtig in mijn hand en probeerde ik mij voor te stellen wat voor een klap dat klapstuk zou geven.
Tien jaar later moest ik tijdens mijn Algemene Militaire Opleiding) tot wiel-verkenner in de Bernardkazerne het veld in. Nou ja, we richten met mijn peloton een bivak in op 2 kilometer van de kazerne. Dit stuk bos in de Vlasakkers bij Amersfoort –– het militaire oefengebied van de schooleskadrons Leopard 1 en 2 –– was bestemd voor ons wielverkenners: vreemde zandhazen in de bijt bij de cavalerie. Omdat we nu eenmaal Laro’s en YP-408 (rollend materieel) als voertuigen hadden, waren wij het School Eskadron Radar- en Wielverkenning (SERW) en waren bij dat wapenonderdeel ingedeeld. Maar we hadden geen zwarte baret. Met de bruingroene baret werden we op de kazerne met de nek aangekeken.
Als de zandhazen van de Bernardkazerne mochten we hoogstens oefenvijand voor de tankers spelen. Als we maar zo lang mogelijk in de modder lagen, terwijl de tankbemanning hoog en droog in hun voertuig zaten te kaarten. Want in dat boscomplex op de Vlasakkers hoorden we thuis. Omdat de Leopardtanks ons zogenaamd dekking gaven, werden we tijdens onze opleiding elke week uren verplicht om in de enorme herrie achter de twee koolmonoxide brakende achteruitlaten van het gevaarte aan te hobbelen. Het sloeg nergens op.
Ik weet nog hoe ik in 1986 in mijn puptentje lag op oefening en probeerde met mijn slapie met moeite een plat, rechthoekig blik op te warmen van fabrikant Struik. Drie keer raden wat er op stond in grote letters: HUTSPOT met KLAPSTUK.
Een blik. Bedrukt karton. Een metalen deksel. Het blik staat in een keukenkastje. Voor noodgevallen. Voor drukke dagen. Voor momenten waarop koken even geen tijd krijgt.
Na de oorlog verandert voedsel langzaam van een dagelijks ambacht in een industrieel product. Conserven symboliseren zekerheid. Altijd houdbaar. Altijd beschikbaar.
Welvaart betekent niet alleen meer keuze. Welvaart betekent ook minder afhankelijk zijn van seizoen en schaarste.
Oppervlaktelaag — Een groot legergroen blik met zwarte hoofdletters en een gesloten, zware vorm.
Voorraadlaag — Het blik staat jarenlang achter in een koude kast. Het voedsel hoeft niet onmiddellijk gegeten te worden en is beschikbaar voor een onbekend later moment.
Taallaag — Het woord “klapstuk” wordt letterlijk ontleed. Voor een kind verwijst “klap” eerder naar ontploffen dan naar rundvlees.
Fantasiellaag — Brandpasta, militaire codes en televisiebeelden veranderen een blik eten in gevaarlijke springstof. Het wordt voorzichtig vastgehouden en met ontzag bekeken.
Mediagelaag — M.A.S.H. verschaft beelden waarmee het onbekende voorwerp kan worden geïnterpreteerd. Een gewone voorraadkast krijgt daardoor iets van een militair depot.
Dienstplichtlaag — In 1986 wordt de fantasie ingehaald door ervaring. De herinneraar behoort nu zelf tot een militair systeem van baretten, wapens, voertuigen, bivakken en groepsaanduidingen.
Herhalingslaag — Hetzelfde opschrift keert terug. De vondst legt zo een directe verbinding tussen kindertijd en volwassenwording.
Onttoveringslaag — “Klapstuk” blijkt geen explosief, maar eten dat met moeite moet worden opgewarmd. Het mysterieuze wordt banaal zonder zijn herinneringskracht te verliezen.
Dieptelaag — Onder het blik ligt het verlangen een onbekende wereld te begrijpen door woorden letterlijk te nemen en er een verhaal omheen te bouwen.
Ja. Het blik is een indexfossiel van twee samenkomende cultuurlagen: de huishoudelijke voorraadkast met lang houdbare industriële voeding en de Nederlandse dienstplichtcultuur waarin dergelijke rantsoenen daadwerkelijk werden gegeten.
Het rantsoenblik lijkt een eenvoudig voedselobject, maar het draagt verschillende systemen met zich mee. In de achterkast staat het voor zekerheid: voedsel dat beschikbaar blijft wanneer gewoon koken niet mogelijk is. In het leger staat het voor logistiek: duizenden mensen kunnen onder veldomstandigheden dezelfde gestandaardiseerde maaltijd krijgen.
De herinnering toont ook hoe woorden voorafgaan aan kennis. Het kind kent de term, maar niet het gerecht. Daardoor kan “klapstuk” tijdelijk een geheel eigen betekenis krijgen.
De militaire ervaring vernietigt de fantasie niet volledig. Juist doordat het blik in 1986 terugkeert, wordt de jeugdige vergissing onvergetelijk. De werkelijkheid levert de clou van een verhaal dat tien jaar eerder in de achterkast was begonnen.
De twee dateringen zijn essentieel en worden niet samengevoegd. In 1976 is het blik een geheimzinnig object in een kast; in 1986 is het daadwerkelijk voedsel tijdens een militaire oefening. De uitgebreide details over de wielverkenners, de Bernardkazerne en de Vlasakkers komen uit de oorspronkelijke Burkunk-tekst.





