Met een meewarige blik vertelt de docent over de honger in de Derde Wereld. En dat er een zwart jongetje mee eet vanmiddag in de klas. We hebben ‘een gast aan tafel’. Ik voel de kwartjes branden in mijn zak. Daar doe ik dus niet aan mee, besluit ik.
“En Marlin, doe jij ook iets in het doosje?”
Ik voel de kwartjes in mijn zak branden. En besluit: Bekijk het maar, Oelewapper.
De vondst gaat niet over hulp aan de Derde Wereld, maar over autonomie. Het kind weigert de morele dwang van een volwassene die publieke druk inzet. Die weigering markeert een vroege grens tussen eigen geweten en opgelegd moreel gedrag.





