Cesuur: De overgang naar een maatschappij waarin zuinigheid, energiebewustzijn en economische herstructurering centraal komen te staan.
Karakter van het tijdvak: Een periode van voortschrijdende digitalisering, vervagende grenzen en internationale afhankelijkheid. In een steeds sneller veranderende wereld ontstaat bij burgers en intellectuelen een sterkere behoefte om via cultuur, erfgoed en historische ‘boringen’ naar alledaagse voorwerpen of Europese iconen te zoeken naar houvast, identiteit en betekenis.
Economische ontwikkelingen
Na de oliecrisissen van 1973 en 1979 kampte Nederland in de vroege jaren tachtig met zware economische stagflatie en massawerkloosheid (‘Dutch Disease’).
Het Akkoord van Wassenaar (1982) luidde de herstelperiode van het poldermodel in: vrijwillige loonmatiging door vakbonden in ruil voor arbeidstijdverkorting en flexibilisering van de arbeidsmarkt.
De economie transformeerde van een industriële maatschappij naar een wereldwijd geïntegreerde diensten- en kennismaatschappij. De invoering van de Europese interne markt, de euro (2002) en de voortschrijdende digitalisering koppelden Nederland hechter dan ooit aan de mondiale economie.
Politieke ontwikkelingen
Het Paarse tijdperk (kabinetten-Kok I en II, 1994-2002) doorbrak de historische machtspositie van de confessionelen door een coalitie te vormen tussen sociaaldemocraten (PvdA) en liberalen (VVD en D66).
De politieke wending rond 2002 (de opkomst van Pim Fortuyn) legde een diepe maatschappelijke onvrede bloot over integratie, globalisering en de bestuurlijke technocratie. Het politieke landschap versnipperde sterk met de opkomst van populistische en ideologisch uitgesproken partijen.
De nationale staat zag zijn soevereiniteit aan twee kanten veranderen: enerzijds door de overdracht van bevoegdheden aan de Europese Unie in Brussel, anderzijds door de decentralisatie van taken naar lokale gemeenten.
Sociale ontwikkelingen
De Nederlandse samenleving transformeerde in een hoogst individuele, pluriforme en multiculturele maatschappij. Immigratie uit voormalige koloniën, wervingslanden en de EU veranderde de demografische en culturele samenstelling van de steden.
De doorbraak van de digitale informatietechnologie (pc, mobiele telefonie, internet, sociale media) veranderde de communicatie, de werkplek en de publieke meningsvorming radicaal.
Er ontstonden nieuwe maatschappelijke scheidslijnen tussen hoog- en laagopgeleiden, en tussen mensen die globalisering als een kans zien versus degenen die behoefte hebben aan nationale bescherming en herkenbare identiteit.
Religieuze ontwikkelingen
De secularisering van het traditionele christendom zette door, wat leidde tot de grootschalige herbestemming van kerkgebouwen tot culturele en residentiële ruimtes.
Tegelijkertijd werd het religieuze landschap veelzijdiger door de vestiging van de islam als tweede grote religie in Nederland, en de opkomst van diverse migrantenkerken.
In de postmoderne cultuur ontstond een behoefte aan niet-geïstitutionaliseerde vormen van spiritualiteit, zingeving, mindfulness en ethische heroriëntatie op mens en natuur.
Culturele ontwikkelingen
De cultuur van deze periode wordt gekenmerkt door postmodernisme en versnippering. Zoals Pieter Steinz illustreert in *Made in Europe*, is de grens tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur vervaagd: de Eiffeltoren, Dante en Mozart staan op gelijke voet met LEGO, het stripboek, de BILLY-boekenkast van IKEA en de muziek van Kraftwerk en de Nederlandse dance-cultuur.
In een geglobaliseerde wereld groeit de behoefte aan historisch en cultureel ankerpunt (zoals verwoord door het platform Burkunk.com): via micro-historische ‘boringen’ naar alledaagse voorwerpen of erfgoed zoeken lezers naar betekenis en continuïteit.
De creatieve industrie, de internationale architectuur (Rem Koolhaas/OMA) en de digitale media behoren tot de leidende culturele uitingen van het eigentijdse Nederland binnen Europa.


