leegkiepen en overdoen

1966 – 1973: De Cultuuromslag van de Jaren Zestig en de Oliecrisis

Cesuur: De maatschappelijke doorbraak en ontzuiling van de jaren zestig, waarin de gevestigde autoriteit, gezagsverhoudingen en tradities door een nieuwe generatie (o.a. Provo) ter discussie worden gesteld.

Karakter van het tijdvak: Een snelle stijging van de welvaart leidt rond 1972 tot het hoogtepunt van de consumptiemaatschappij, gekenmerkt door automatisering, huishoudelijk gemak en overvloed. Aan dit vooruitgangsoptimisme komt abrupt een einde bij het kantelpunt van de Oliecrisis in 1973, die schokgewijs duidelijk maakt dat economische groei, goedkope energie en voortdurende consumptie niet vanzelfsprekend zijn.

Economische ontwikkelingen

De jaren zestig brachten een explosie van de consumptiemaatschappij. Loonstijgingen, het universele bereik van het aardgasnetwerk (‘gasbeschaving’) en de automatisering transformeerden het huishouden via wasmachines, televisies en personenauto’s.

Het vooruitgangsoptimisme leefde op de overtuiging dat economische groei en efficiëntie een permanent hoog niveau van welvaart en vrije tijd zouden garanderen (zoals beschreven in de tijdsbeeld-analyse van ca. 1972 door Burkunk.com).

Aan deze overvloed kwam in november 1973 een abrupt einde door de eerste Oliecrisis. De OPEC-olieboycot, autovrije zondagen en snerpende prijsstijgingen maakten pijnlijk duidelijk dat Nederland kwetsbaar en afhankelijk was van internationale marktontwikkelingen.

Politieke ontwikkelingen

Het politieke bestel raakte in een stroomversnelling. De ‘Nacht van Schmelzer’ (1966) bracht het kabinet-Cals ten val en verbrak de traditionele confessioneel-socialistische coalitie logica.

Nieuwe politieke partijen zoals D66 (1966) en de Politieke Partij Radicalen (PPR) eisten bestuurlijke vernieuwing, democratisering en ontzuiling van het staatsapparaat.

Het kabinet-Den Uyl (1973-1977) formuleerde het meest uitgesproken progressieve programma uit de Nederlandse geschiedenis, gericht op ‘spreiding van kennis, macht en inkomen’ en de prioriteit van milieubewustzijn boven puur economische groei.

Sociale ontwikkelingen

De jaren zestig brachten een ingrijpende ontzuiling en een gezagscrisis. De autoriteit van de overheid, politie, kerkbesturen en academische elites werd niet langer vanzelfsprekend geaccepteerd.

De Provo-beweging (1965-1967) schudde de samenleving op met ludieke straat-happenings rond het Lieverdje in Amsterdam, rookbommen bij het koninklijk huwelijk (1966) en de legendarische ‘Witte Plannen’.

De tweede feministische golf (Man Vrouw Maatschappij, Dolle Mina) bevocht gelijke kansen, baas in eigen buik (abortuswetgeving) en de ontmanteling van de traditionele rolpatronen. Er ontstond een ‘regime der zelfontplooiing’ waarin individuele authenticiteit centraal kwam te staan.

Religieuze ontwikkelingen

Nederland maakte een van de snelste procesen van ontkerkelijking ter wereld door. Binnen één decennium liepen de kerken leeg en verloren verzuilde omroepen en vakbonden hun automatische achterban.

De Katholieke Kerk in Nederland transformeerde in een proeftuin van experimentele liturgie en bevrijdingstheologie, wat leidde tot spanningen met het Vaticaan.

Zingeving verschoof van kerkelijke dogma’s naar persoonlijke spirituele zoektochten, oosterse filosofieën en maatschappelijk engagement.

Culturele ontwikkelingen

De popcultuur werd de dominante culturele taal van de jeugd. Radio Veronica, Hilversum 3 en grootschalige popfestivals (zoals het Holland Pop Festival in Kralingen, 1970) verenigden honderdduizenden jongeren.

In de beeldende kunst en de maatschappelijke esthetiek vond een democratisering plaats. Antikunst-stromingen (geïnspireerd op Dada, Pop-Art en de latere Punk-attitude) braken de elitaire opvattingen over kunst af.

Alledaagse consumptieartikelen (zoals verpakkingen van Omo-wasmiddel of de Citroën DS) werden dragers van culturele identiteit en tijdsgeest.

Most popular

Most discussed