Verhalen over vroeger hypnotiseren. Je groeit ermee op en zij kleuren diep het beeld dat je van een geschiedenis hebt. Neem nu al die verschillende verhalen die over Nederlands-Indië bestaan. Een bont palet aan kleuren. Toen de actrice Wieteke van Dort (1943-2024) dit jaar overleed, kwamen ze allemaal weer voorbij. In mijn jeugd haalde Van Dort op tv herinneringen op aan de goede ouwe tijd voor de onafhankelijkheid van Indonesië.

Zelf was Wieteke (ook van de ‘Stratemaker op Zee schow’) geboren in Soerabaja op Java dus zij kon het weten. Met haar familie kwam zij noodgedwongen naar Nederland toen we in 1949 onze kolonie moesten overdragen aan de oorspronkelijke bewoners. Mijn eigen moeder (1931) vertelde weleens dat zij in Utrecht na de oorlog kinderen uit Indië in de klas kreeg. Ze waren in haar ogen ‘sloom en verwend’ omdat ze ‘het leven in de tropen gewend waren’.
Ook had ik een tante die uit Indië kwam en in een Jappenkamp verschrikkelijke dingen had meegemaakt. Mijn arme tante Lies moest als kind jarenlang debiliteit veinzen om te voorkomen dat zij zou worden verkracht. Op tv zag ik de kinderserie ‘De Kris Poesaka’. En stiekem keek ik met mijn ouders mee naar de serie ‘De Stille Kracht’, naar een boek van Couperus. Allemaal verhalen die mijn beeld van de kolonie verder inkleurden. Ondanks het feit dat ik veel gelezen en gezien heb over de geschiedenis van Nederlands-Indië, hangt bij mij nog steeds een roze gloed over alles wat met de Gordel van Smaragd te maken heeft. Het luie leventje van de Hollanders in ‘De Oost’ spreekt enorm tot mijn verbeelding. De jungle, de sawah’s en de actieve vulkanen. Heel wat anders dan een weiland in Nederland. De rijsttafel met de bijzondere kruiden als sereh en koenjit. De scherpe smaak van sambal. Mijn fantasie gaat met mij aan de haal. Ik hoor mysterieuze geluiden. Het gekraak van een sluipende tijger in de stille tropennacht. Ik zit te dommelen in mijn rieten schommelstoel op de veranda van mijn witte plantagehuis. Vermoeid wenk ik mijn baboe en vraag hem om een glas stroop susu met klapper…
Dan denk ik weer aan Wieteke van Dort. In de jaren 70 keek ik naar de Late Lienshow. De verkleurde beelden zijn hardnekkig. Er komt geen ander beeld voor in de plaats. Ik zie bijvoorbeeld niet generaal Van Heutsz die in naam van het Koninkrijk der Nederlanden met zijn manschappen duizenden bewoners van Atjeh over de klink joeg. Ook denk ik niet aan het pijnlijke gegeven dat die baboe uit mijn fantasie gewoon een huisslaaf was die zonder betaling zijn hele leven mijn gezin moest dienen. Ik ben nog steeds Oost-Indisch doof voor het koloniale geluid dat ligt besloten in de zoetsappige liedjes van Tante Lien. Op YouTube staan alle kleuren op een rijtje. ‘Ajoen, Ajoen. In die hoge klapper boom’ hoor je Wieteke en Willem Nijholt zingen. De traditionele televisiebeelden in een verhouding van 4 bij 3 ontroeren me. Het is eigenlijk nostalgie in het kwadraat. Het doet me denken aan mijn eigen kindertijd en aan een vooroorlogs paradijs. Welke van de twee vals blijkt te zijn zal de tijd uitmaken. Tante Lien met een lichtbruine huid, knotje en brilletje was natuurlijk een karikatuur van een Indische vrouw uit de bezittende klasse. In een Hilversumse tv-studio met rieten stoelen en palmbomen en gehuld in een sarong, bouwde zij een nostalgisch tropensfeertje na waar alle Indische mensen naar terugverlangden. In het Maleis spraken zij van ‘tempo doeloe’, de tijd van vroeger.
Inmiddels weten we wel beter. Nederland heeft een grote ereschuld ten opzichte van Indonesië. Onze koning heeft daar onlangs nog zijn officiele excuses voor aangeboden. Gen Z zou zo’n show van Tante Lien nu hoogstwaarschijnlijk cancellen. Want op zo’n manier ons koloniale verleden verheerlijken kan natuurlijk echt niet meer. Dat lijkt me logisch. Stel dat we in de jaren 70 een show hadden gemaakt over het leuke leventje op een suikerplantage in Suriname… dat had zelfs toen al tot grote verontwaardiging geleid. Toch krijg ik het rooskleurige liedje over Nederlands-Indië niet uit mijn hoofd. Ik moet bekennen dat het gegeven van slavernij en uitbuiting in Oost-Indië niet goed tot mijn brein door wil dringen. Terwijl ik het wel weet. Die baboe die achter de rug van een plantagehouder met een palmblad stond te wapperen, deed dit echt niet uit vrije wil. Toen na de Tweede Wereldoorlog in de kolonie een onafhankelijkheidsstrijd losbarstte, hingen in Nederland affiches op de peperbussen met de leus: ‘Indië verloren, rampspoed geboren’. Dit collectieve verlies moet zeer hebben gedaan. Nederland veranderde van een machtig wereldrijk in een boerderij aan de Noordzee. Het leed voor de Indonesiërs, die hun zelfbeschikkingsrecht moesten bevechten met tienduizenden doden, was vele malen groter. De 300.000 repatrianten die na de oorlog in Nederland aan wal kwamen, waren ontheemd. Zij kenden hun koude en gure moederland eigenlijk alleen uit de verhalen van hun aardrijkskundeboek. Net zoals wij hun verhalen weer kennen dankzij de YouTube-filmpjes van Tante Lien. Laten we hopen dat YouTube alle kleuren van de Gordel van Smaragd blijft tonen.
Boomerbox
- De Nederlands-Indische keuken van de familie Delarambelje
- Marlin mijmert op YouTube verder over Nederlands-Indië
- Tante Lien zingt ‘Ajoen Ajoen’
Deze column verscheen eerder op Proudies, 19 juni 2025.
Tante Lien met knotje, brilletje en sarong in een 4:3-televisiebeeld. Ajoen, Ajoen. Rijsttafel, sambal, sereh en koenjit. En daaroverheen een hardnekkige roze gloed: een veranda, een rieten schommelstoel, ritselende jungle in de tropennacht. Ik weet inmiddels wat er niet klopt aan dat beeld. Maar weten blijkt iets anders dan voelen.
De vondst is eigenlijk geen televisieprogramma. De vondst is een beeld van Nederlands-Indië dat weigert te verdwijnen. Dat beeld is opgebouwd uit ongelijksoortig materiaal: televisie, literatuur, familiegeschiedenis, oorlogstrauma, eten, kindertelevisie en historische kennis. Het merkwaardige is dat latere kennis de vroegste laag niet vervangt. Van Heutsz verdringt Tante Lien niet; ze blijven naast elkaar bestaan. Daarmee gaat deze vondst uiteindelijk minder over Nederlands-Indië dan over de manier waarop een mens geschiedenis in zijn hoofd opslaat.
Na het verdwijnen van Nederlands-Indië verdween de kolonie niet uit Nederland. Zij leefde door in honderdduizenden persoonlijke geschiedenissen, in de Indische keuken, literatuur, televisie, muziek en familieverhalen. Daarbij bestonden verschillende herinneringen naast elkaar: heimwee naar het vooroorlogse leven, herinneringen aan de Japanse bezetting, de ervaringen van Indonesiërs onder het koloniale bestuur, de onafhankelijkheidsstrijd en de ontworteling van mensen die na de oorlog naar Nederland kwamen. Deze vondst laat precies zien wat er gebeurt wanneer die geschiedenissen niet netjes achter elkaar worden gezet, maar tegelijk in één hoofd terechtkomen.
- 4:3-televisiebeelden; Tante Lien met knotje, brilletje en sarong; rieten stoelen; palmbomen; het tropendecor van een Hilversumse studio; daarachter de zelfgemaakte film van het hoofd: sawah’s, jungle, vulkanen, veranda, wit plantagehuis
- Ajoen, Ajoen; de stem van Wieteke van Dort; het Maleis-Nederlandse geluid van Tante Lien; daaronder een tweede geluidslaag die in de jeugd nauwelijks hoorbaar is — geweld, onafhankelijkheidsstrijd, koloniale overheersing: Oost-Indisch doof voor het koloniale geluid
- rijsttafel; sereh; koenjit; sambal; stroop susu met klapper — smaak maakt het verdwenen Indië verleidelijk lichamelijk
- niet letterlijk beschreven, wel opgeroepen door kruiden, tropen, plantage en keuken; er is geen concrete herinneringsgeur, dus hier wordt niets ingevuld
- de rieten schommelstoel; tropische loomheid; dommelen op de veranda — meer fantasiebeeld dan oorspronkelijke lichamelijke herinnering, en juist dat onderscheid is belangrijk
Tante Lien. Juist haar kunstmatigheid maakt haar zo’n sterk indexfossiel: een Hilversumse studio, palmen, rotan, sarong, liedjes, tempo doeloe. Zij vertegenwoordigt een periode waarin de herinnering aan Nederlands-Indië op de Nederlandse televisie nog sterk kon worden vormgegeven vanuit het heimwee van de Indische gemeenschap en een veel minder kritische omgang met het koloniale verleden. Maar zij is tegelijk een indexfossiel van de eigen jaren zeventig. Daar ontstaat nostalgie in het kwadraat: heimwee naar een verloren Indië via heimwee naar de televisie van je jeugd.
Oppervlaktelaag — Tante Lien. Een grappige, ontroerende Indische televisiewereld.
Tweede laag — De eigen jeugd. Samen televisie kijken. De verkleurde beelden van de jaren zeventig.
Derde laag — Een denkbeeldig Nederlands-Indië: jungle, rijsttafels, veranda’s, baboes, vulkanen en tropische loomheid.
Vierde laag — Familieverhalen brengen barsten aan: de tante in het Jappenkamp, de Indische kinderen bij je moeder in de klas, repatriëring en ontheemding.
Vijfde laag — Historische kennis dringt binnen: koloniale overheersing, Atjeh, onafhankelijkheidsstrijd, geweld en uitbuiting.
Diepste laag — De nieuwe kennis vernietigt het oude beeld niet. De roze gloed blijft.
De belangrijkste verschuiving vindt niet alleen in de geschiedenis plaats, maar in de blik erop. Jaren zeventig: tempo doeloe kan betrekkelijk ongehinderd als warm televisiegevoel worden opgevoerd. Later: het koloniale perspectief komt nadrukkelijker in beeld; geweld, uitbuiting en Indonesische perspectieven krijgen meer ruimte. Nu: dezelfde televisiebeelden kunnen tegelijk ontroeren en ongemakkelijk maken. Het programma is niet veranderd. De kijker wel.
Kind: Tante Lien kan het weten — ze komt immers uit Soerabaja. Jongere: boeken, televisieseries en familieverhalen voegen steeds meer kleuren toe. Volwassene: historische kennis maakt duidelijk dat sommige kleuren andere werkelijkheden aan het zicht onttrokken.
Schrijver: dan volgt iets nog ongemakkelijkers — kennis heeft niet automatisch macht over herinnering. Je kunt iets historisch weten en emotioneel iets anders blijven voelen.
| Begrip | Eerste laag | Latere laag |
|---|---|---|
| Tempo doeloe | Goede oude tijd | Koloniale nostalgie |
| De Oost | Exotische wereld | Koloniale constructie |
| Baboe | Vertrouwd personage | Koloniale arbeid |
| Gordel van Smaragd | Paradijselijk beeld | Romantiserende naam |
| Indië verloren | Nederlands verlies | Indonesische vrijheid |
Die laatste verschuiving is misschien de scherpste. Hetzelfde historische moment verandert volledig wanneer het onderwerp van de zin verandert.
Het kind hoeft Tante Lien niet moreel te beoordelen. Het kijkt. De volwassene ziet de koloniale machtsverhoudingen achter het decor. Maar vervolgens gebeurt iets interessanters dan eenvoudige afwijzing: je weigert je vroegere ontroering achteraf weg te poetsen. Daar zit de spanning van de vondst. Niet: vroeger fout, nu goed. Maar: ik weet nu meer, terwijl het oude gevoel nog bestaat.
Deze vondst introduceert een bruikbaar begrip voor de Geheugengroeve: de hardnekkige eerste laag. Nieuwe historische kennis wordt niet keurig over de oude herinnering heen gelegd alsof je een muur overschildert. De oude laag blijft doorschemeren — soms juist sterker naarmate je weet dat hij niet klopt. Dat maakt nostalgie historisch interessant. Zij is geen betrouwbare reconstructie van het verleden. Zij is een fossiel van de manier waarop het verleden ooit aan ons werd verteld.
Daarnaast opent deze vondst een toekomstige cluster rond televisie als geheugenmachine: programma’s die niet alleen herinnerd worden, maar ongemerkt een beeld van geschiedenis hebben aangelegd.
18. Waarom verdient deze vondst een plaats in de Geheugengroeve
Omdat hier zichtbaar wordt hoe geschiedenis werkelijk in een mensenhoofd terechtkomt. Niet als jaartallen. Als Tante Lien. Als de stem van je moeder. Als een tante met een verschrikkelijk kampverhaal. Als sambal op je tong. Als een 4:3-televisiebeeld. En pas veel later als Van Heutsz, kolonialisme, uitbuiting en onafhankelijkheid.
De diepste vondst is daarom niet Nederlands-Indië zelf. Het is de ontdekking dat historische kennis en persoonlijke herinnering verschillende snelheden hebben. Het verstand kan een verleden herschrijven terwijl ergens daaronder het oude decor gewoon blijft staan. Een rieten stoel. Een palmboom. En Wieteke van Dort die begint te zingen.





Add comment