Voor de site burkunk.com leest de wereld om ons heen als een archief. Niet als een stilstaand decor, maar als een landschap vol afdrukken van vroegere levens. Elk mens, elke straat, elke stad, elk gebouw, elke akker, rivier of spoorlijn draagt sporen van de grote en kleine verschuivingen die ons gevormd hebben. Logischerwijs zou je dus deze sporen terug kunnen volgen door het verleden in beeld te brengen. Zogezegd je achteruitkijkspiegel instellen en in een zo breed mogelijke hoek terugkijken. Hoe je het ook went of keert: wat er vroeger gebeurd is heeft invloed op het heden. Natuurlijk is deze reconstructie niet een harde wetenschap. Hoeveel sporen en bronnen je ook verzameld: terugkijken doe je altijd vanuit een perspectief. Aan de andere kant: al die grote en kleine verhalen geven aanknopingspunten en begrip. v
Omdat ik ergens een beginpunt wil zetten laat ik de grote verhalen over onze wordingsgeschiedenis in 1848 beginnen. Met een beetje goede wil zou je kunnen stellen dat dit een kantelpunt is. Niet alleen in Europa maar ook in Nederland. Vanaf dat moment pak ik de dikke historische draad op van een proces van industrialisatie, standen die langzaam veranderen in klassen, democratische tendens met parlementen die een regering gaan controleren, een afnemende invloed van de monarchien (te vroeg ?), arbeiders die zich gaan emanciperen – er is ongelooflijk veel aan de hand in de tweede helft van de negentiende eeuw. Maar ik wil de kleine verhalen vertellen die hier weer een onderdeel van zijn. Historici zeggen dan dat in het verhaal van een gewone man de grote lijnen even kruisen. Ook mijn eigen positie in het grote verhaal van 1848 tot nu
Je zou kunnen stellen dat de ouders van mijn opa’s en oma’s dan mijn geestelijke vorming aan het opbouwen zijn die ook ik vanaf 1966 met mij meedraag. Voor wie gelooft in de invloed van nurture en het doorgeven van trauma’s in generaties kun je zeggen dat sommige ervaringen waarschijnlijk hun weg zullen vinden naar voren . 1848 is een revolutiejaar voor veel landen in Europa. In Nederland is onze Koning Willem II ook bang voor opstanden. Daarom geeft hij Thorbecke carte blanche om een grondwet op te stellen waarin onder andere kiesrecht wordt vastgelegd voor de gegoede burgerij. Die term ‘burger’, de negentiende eeuw is de eeuw van een opkomende burgerij, zal dan ook veel vallen. Mijn voorouders waren in die tijd geen burgers met een hooginkomen. Zij zijn dan ook nog niet gerechtigd om te stemmen in 1848. Maar de eerste stap naar een democratisch bestuurssysteem waarbij een parlement de regering gaat controleren is een feit. en 1940 hebben gevormd.
Burkunk.com noemt dit, enigszins willekeurig maar met overtuiging, het voorland van het moderne leven: de verdwenen wereld waaruit de generatie van zijn ouders — geboren in de jaren dertig — na de oorlog langzaam omhoog groeide, en waarvan hijzelf, geboren in 1966, uiteindelijk een product werd.
Hoe is dat moderne, welvarende bestaan eigenlijk ontstaan? De wereld waarin vrijheid van godsdienst, kiesrecht, sociale stijging en een zekere gelijkheid voor grote delen van de bevolking vanzelfsprekend lijken. Een wereld zonder structurele honger, zonder epidemieën die dorpen ontwrichten, zonder oorlog op eigen bodem. Zulke verworvenheden verschenen niet plotseling aan de horizon; zij groeiden langzaam uit de lange negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw, uit revoluties, hervormingen, emancipatiebewegingen, industrialisatie, verzuiling en oorlogen.
Toen hij als jongen in de jaren zeventig vanuit de bungalow van zijn ouders, in een dorp onder de rook van Utrecht, om zich heen keek, leek die moderne wereld vanzelfsprekend aanwezig. Maar zij was jong — nauwelijks ouder dan één generatie. Zijn ouders hadden het Nederland van vóór de oorlog nog gekend: een soberder, hiërarchischer en religieuzer land dat in vele opzichten nog wortelde in de negentiende eeuw. Zij stonden, zonder dat altijd zelf te beseffen, met één been in die oude wereld en met het andere in de naoorlogse toekomst.
Na de sobere wederopbouw van de jaren veertig en vijftig ontstond in de jaren zestig het resultaat van een aantal lange historische bewegingen: de consumptiemaatschappij, de verzorgingsstaat, de vrije markteconomie gecombineerd met een progressief belastingstelsel, massaal onderwijsbezit en een ongekende stijging van de welvaart. Tegelijk begon een proces van secularisatie en emancipatie dat de oude zekerheden aantastte. Jongeren keerden zich eind jaren zestig tegen gezag, zuilen en tradities en riepen op tot vrijheid, individualiteit en een nieuw soort leven.
Waar burkunk.com zich op richt, is het zichtbaar maken van die grote verhalen én het afdalen naar de microgeschiedenissen waarin zij tastbaar worden. De site probeert te begrijpen hoe abstracte ontwikkelingen zich hebben afgezet in concrete plekken, voorwerpen en levens. Ook het eigen leven wordt daarbij gezien als zo’n microverhaal: een klein bestaan dat slechts begrijpelijk wordt als onderdeel van iets groters.
Daarom zoekt deze site in het heden naar sporen die verhalen dragen. Een gevelsteen met het woord Burgerziekenhuis op een hotelmuur. De discrete dienstingang van een herenhuis. Een vergeten betonnen schuilkelder uit de Koude Oorlog. Een knik in een fietspad die ooit de grens van een buitenplaats markeerde. Een schilderij van het Rembrandtplein uit 1902 waarop een stad zichtbaar wordt die tegelijk dichtbij en onherroepelijk verdwenen is.
Voor Marc Bloch droegen de weiden van de Île-de-France de sporen van het feodalisme. Nescio keek naar jongens die tegen een hek leunden en zag daarin het moderne levensgevoel opkomen. Burkunk.com probeert iets vergelijkbaars te doen: het grote verhaal lezen in kleine details, in vergeten gebouwen, stille landschappen en ogenschijnlijk onbeduidende voorwerpen — als resten van een verleden dat nog altijd onder het oppervlak van het heden aanwezig is.
‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het. Het zou voor niemand onverwacht komen, als de waanzin eensklaps uitbrak in een razernij, waaruit deze arme Europeesche menschheid achterbleef in verstomping en verdwazing, de motoren nog draaiende en de vlaggen nog wapperende, maar de geest geweken.’
— Johan Huizinga, 1935

